De hoge boom

Yorinde kijkt omhoog. De boom heeft veel kleine takken met niet te veel ruimte ertussen. Het is een goede klimboom vind ze.

Yorinde houd erg van klimmen. Ze zet haar voet op de onderste tak terwijl ze zich vasthoud aan een hogere tak. Dan trekt ze zich omhoog. Dan zoekt ze met haar handen naar een hogere tak om vast te houden. Ze zet haar andere voet op de tweede tak en trekt zich weer omhoog.

Zo klimt Yorinde de boom in. Hoger en hoger. Ze houd zich goed vast en zoekt telkens steun voor haar voeten. Ze is al halverwege de boom.

Yorinde stopt even met klimmen en kijkt om zich heen. Ze ziet verderop papa en mama over het gras lopen. Ze zwaait naar hen. Maar papa en mama zien haar niet, zo hoog in de boom. Yorinde richt haar aandacht weer op de tak boven haar hoofd en begint weer te klimmen.

Ze is nu al bijna boven in de boom. De takken lopen nu schuin omhoog in plaats van opzij. Ze omklemt een van de takken en kijkt weer om zich heen. Papa en mama kijken nu om zich heen om te zien waar Yorinde is.

Als Yorinde een hand vrij maakt om naar papa en mama te roepen glijd haar voet weg. Ze verliest haar evenwicht en valt uit de boom.

“iiiiieee!” gilt Yorinde terwijl achterover naar beneden valt. Ze ziet de takken van de boom langs zich heen schieten. Het voelt net alsof de grond aan haar trekt. De wind blaast haar haar in haar gezicht.

Dan voelt ze opeens zachte armen die haar opvangen en langzaam verder laten zakken tot ze op haar rug in het gras onder de boom ligt. Ze gaat zitten en kijkt om zich heen.

Papa en mama komen even verderop aanrennen.

“Gaat het?” vraagt papa bezorgt als ze bij haar zijn. “We zagen je vallen.” zegt mama bijna tegelijk. “Heb je ergens pijn?”

Yorinde schud haar hoofd. “Nee hoor, alles gaat goed.”

Papa schud zijn hoofd. “Hoe bestaat het. Je viel plat op je rug van zeker wel 5 meter hoog. En je hebt echt niks?”

Yorinde glimlacht. “Oma heeft me opgevangen” zegt ze.

Papa kijkt even naar mama maar moet dan lachen. “Nou gelukkig was oma in de buurt.”

Mama glimlacht alleen maar.